CIV Iran Today Blog



Who is Mohammad Bagher Ghalibaf, the Iranian politician who has led Iran's delegations in direct and indirect negotiations with the United States?


Mohammad Bagher Ghalibaf speelde gedurende meerdere decennia een prominente rol binnen de Iraanse veiligheids- en staatsstructuren. In 1999 was hij commandant van de eenheid die betrokken was bij het neerslaan van de studentenprotesten in Iran. Tijdens deze repressie kwam de student Ezzat Ebrahim-Nejad om het leven nadat hij van het dak van een universiteitsgebouw was gegooid.

Als voorzitter van het Iraanse parlement (de Islamitische Consultatieve Vergadering) was Ghalibaf vervolgens een van de belangrijkste politieke figuren tijdens de protesten van 2025–2026. Mensenrechtenorganisaties en internationale media beschreven de reactie van de Iraanse autoriteiten als een grootschalige en gewelddadige onderdrukking van demonstranten, waarbij volgens deze bronnen meer dan 12.000 mensen om het leven kwamen. De operatie zou zijn uitgevoerd op direct bevel van Opperste Leider Ali Khamenei, met medeweten en goedkeuring van de leiders van de drie staatsmachten. Ook de Opperste Nationale Veiligheidsraad, waarvan Ghalibaf lid was, zou opdracht hebben gegeven tot het gebruik van scherp vuur tegen demonstranten.

Na het uitbreken van de oorlog tussen Israël, de Verenigde Staten en Iran op 28 februari 2026 groeide Ghalibaf uit tot een van de machtigste figuren binnen de Iraanse oorlogsleiding. Samen met IRGC-brigadegeneraal Ali Larijani, die sinds augustus 2025 leiding gaf aan de Opperste Nationale Veiligheidsraad, werd hij beschouwd als de feitelijke medeleider van Iran. Volgens berichten genoot deze informele machtsstructuur de steun van de Revolutionaire Garde. Larijani werd echter twee weken na het begin van de oorlog gedood, waarna Ghalibafs positie binnen de Iraanse machtselite verder aan gewicht won.


The Iran Deal for Dummies – Jake Wallis Simons

Artikel: The Iran Deal for Dummies

Jake Wallis Simons betoogt dat de voorgestelde deal tussen de VS en Iran in feite neerkomt op een grote concessie aan het Iraanse regime. Volgens hem krijgt Iran sanctieverlichting en internationale legitimiteit, terwijl het zijn nucleaire infrastructuur grotendeels behoudt.

De kern van zijn argument is dat de deal Iran niet dwingt zijn nucleaire programma volledig op te geven, maar slechts beperkingen oplegt die tijdelijk of gedeeltelijk zijn. Iran zou centrifuges, nucleaire kennis en een aanzienlijk deel van zijn verrijkingscapaciteit behouden, waardoor het op termijn relatief snel weer kan opschalen. Dit sluit aan bij een bredere discussie over eerdere nucleaire akkoorden zoals het JCPOA uit 2015, waarbij Iran beperkingen accepteerde in ruil voor sanctieverlichting.

Volgens Simons maakt de deal gebruik van het argument dat diplomatie beter is dan oorlog, maar hij stelt dat dit een vals dilemma is. Hij betoogt dat strengere economische en politieke druk op Iran onvoldoende is benut en dat het regime de onderhandelingen gebruikt om tijd te winnen.

Het artikel benadrukt ook dat het Iraanse regime niet alleen wordt beoordeeld op zijn nucleaire activiteiten, maar ook op zijn steun aan regionale milities, zijn vijandigheid tegenover Israël en zijn binnenlandse repressie. Simons vindt daarom dat een overeenkomst die zich uitsluitend richt op het nucleaire dossier voorbijgaat aan bredere veiligheids- en mensenrechtenkwesties.

Simons concludeert dat de deal vooral bedoeld lijkt om een diplomatiek succes te presenteren, maar volgens hem onvoldoende garanties biedt dat Iran uiteindelijk geen kernwapen zal kunnen ontwikkelen. In zijn visie koopt de overeenkomst tijd, maar lost zij het onderliggende probleem niet op.

Volgende
Volgende

CIV Dagelijks blog