Toespraak Keyvan Shahbazi - demonstratie Museumplein, Amsterdam 11-4-2026

به نام فرخ رو پارسا و تیمسار جهانبانی،

به نام رضا منگلی که من در پادگان سپاه عظیمیه کرج شاهد جاودانی شدنش بودم،

بنام ندا آقاسلطان،

 بنام مهسا ژینا امینی،

بنام ۴۰.۰۰۰ جاودان نامان دی ماه خونین ایران،

بنام نامی جاوید نامانی که گرانبهاترین دارایی خود، جان خود را فدای آزادی ایران از چنگ جنایتکاران جمهوری اسلامی کردند.

Ik wil het met u hebben over oorlog.
Een oorlog die dagelijks mensenlevens verslindt.

Een nietsontziende oorlog.

Niet een oorlog van kaarten en analyses.
Een oorlog met vele, vele doden.

Een oorlog waarin tienduizenden mensen zijn krijgsgevangen genomen.
Een oorlog waarin tienduizenden zijn gemarteld, verminkt, gebroken.
Waar lichamen worden vernietigd en zielen worden verbrijzeld.

Deze oorlog heeft geen frontlinie.
Geen duidelijke begin- of einddatum.
Geen naam en geen officiële oorlogsverklaring.

En juist daarom is zij zo verraderlijk.

Want wat geen naam krijgt,
wat niet wordt erkend als oorlog,
kan eindeloos doorgaan.

Het duurt al 47 jaar.

47 jaar onderdrukking.
47 jaar angst.
47 jaar waarin generaties zijn opgegroeid met het besef
dat vrijheid geen recht is, maar een risico.

Het is de oorlog die de Islamitische Republiek voert tegen haar eigen bevolking.
Tegen de Iraniërs.

Een oorlog die zich afspeelt in gevangenissen,
in verhoorkamers,
op straat,
en in de stilte van de nacht.

In Iran.

Waar een klop op de deur geen bezoek aankondigt,
maar verdwijning.

Waar een mening geen mening is,
maar een misdaad.

Waar een jong meisje geen toekomst heeft,
maar een dossier.

Een oorlog waarin gedachten worden gecontroleerd,
en levens worden gebroken
om een systeem in stand te houden dat al lang zijn legitimiteit heeft verloren.

En elke dag opnieuw vallen er slachtoffers.
Elke dag opnieuw wordt er een leven gebroken.
Elke dag opnieuw kiest dit regime
voor angst boven menselijkheid,
voor geweld boven recht,
voor macht boven waarheid.

Dit gebeurt nu.
Vandaag.
Terwijl wij hier staan.
Terwijl de wereld toekijkt.
Of liever: ervoor kiest om weg te kijken.

Wegkijken is geen neutraliteit.
Wegkijken is medeplichtigheid.

En tegen degenen die vandaag om vrede roepen zeg ik:
uw vrede is geen vrede.
Uw vrede is de continuering van de onderdrukking van ons.
Uw vrede is nog 47 jaar van hetzelfde.
Uw vrede is de dood van het Iraanse volk — in slow motion.
Houd uw vrede voor uzelf.

Er zijn experts — serieus genomen experts, met academische titels en spreektijd aan de talkshows —
die beweren dat ayatollahs met kernwapens stabiliteit brengen in het Midden-Oosten.

Stabiliteit?

Stabiliteit voor wie?

Voor de gevangene in Evin?
Voor de moeder die niet weet waar haar kind is?
Voor het meisje met een dossier in plaats van een toekomst?

Dat is geen analyse.
Dat is een vrijbrief voor massamoord.

Ayatollah’s met kernbom betekent een tweede holocaust voor het joodse volk.
Dat is de logica van de beul — niet van de beschaving.

Geloof hen niet.

Geloof hen niet
die, verblind door ideologie en haat tegen het Westen,
wegkijken van de misdaden van dat regime.

Geloof hen niet
die beweren dat ayatollahs met kernwapens stabiliteit brengen.

Geloof hen niet
die mensenrechten selectief toepassen,
die zwijgen over veertigduizend vermoorde Iraniërs
maar hun stem verheffen bij hun favoriete conflict.

Dat is geen moraal.
Dat is een afzichtelijke hypocrisie.

Veertigduizend.

Laat dat getal landen.

En dan zijn er de vredesroepers.
De islamisten.
De agenten van het regime.
En de nuttige idioten die hen napraten.

Die roepen: met bommen krijg je geen vrijheid.

Kijk om u heen.
Naar dit prachtige vrije land.

Dit land werd bevrijd door bommen.
Door mensen die kozen om in actie te komen toen woorden niet meer volstonden.
Door soldaten die stierven zodat wij hier vrij kunnen staan.

Vrijheid wordt nooit cadeau gedaan.
Vrijheid wordt bevochten.

Er is in Iran iets veranderd.

Er ís al een regime change plaatsgevonden.

En wie dat niet wil zien,
kiest er bewust voor om weg te kijken.

De Revolutionaire Garde was een instrument in handen van de ayatollahs.

Zij hadden de macht.
Die verhouding is nu fundamenteel omgekeerd.

Vandaag is het de Revolutionaire Garde die regeert.
Niet als dienaar, maar als heerser.

De ayatollahs zijn verworden tot decor.
Tot marionetten.
Tot religieuze schmink
die het ware gezicht moet verbergen.

Een lege huls van legitimiteit.

Wat resteert, is geen ideologisch regime meer.
Wat resteert, is een terroristische machtssysteem.

Kaal. Hard. Cynisch.

Een systeem dat zichzelf heeft uitgehold.
Een systeem dat leeft van controle,
maar de controle aan het verliezen is.

Een systeem dat leeft van angst,
maar zelf het bangst is.
Bang voor zijn eigen bevolking.

Vergelijk het met een voetbalelftal
waarvan de A-selectie en de B-selectie al zijn verdwenen.

Niet door toeval.
Niet door pech.
Maar weggevaagd — door bommen.

En wie zegt dat bommen geen vrijheid brengen, kijkt niet goed.

Nogmaals: dit prachtige vrije land is bevrijd door bommen.

Wat van dat regime over is, is het restant van een C-elftal.

Een ayatollah-loos ayatollah-regime.

Een team dat niet alleen verzwakt is,
maar ook onderling verdeeld.

Een team waarin niemand elkaar vertrouwt.
Waar rivaliteit sterker is dan loyaliteit.

Een team dat niet meer weet waarvoor het speelt.
Dat geen strategie heeft.
Dat alleen nog probeert tijd te rekken.

Maar tijd is precies wat dit regime niet meer heeft.

Want, hoe houd je een bevolking onder controle
die haar angst kwijt is?

Hoe onderdruk je een generatie
die niets meer te verliezen heeft?

Hoe regeer je een land
dat jou niet meer gelooft?

Het wachten is niet op een buitenlandse macht.
Niet op tanks.
Niet op mariniers.
Niet op bemiddeling en onderhandeling.

Aan de mensen achter deze muren — aan president Trump — zeg ik dit:

U heeft iets in beweging gezet.

Dat mag u niet loslaten.

Wij vragen u niet om ónze oorlog te voeren.
Het Iraanse volk is moedig genoeg.

Wij vragen u één ding:

Verraad ons niet.
Sluit geen deal die dit regime lucht geeft.

Kies niet voor het gemak van een akkoord met onze beulen
boven de waardigheid van ons volk.

Want als u buigt — als u wegkijkt —
betaalt niet ú de prijs.

Zij betalen de prijs:

De gevangenen.
De gemartelden.
De moeders.
De meisjes.

Dat bloed kleeft dan ook aan úw handen.

Nee, Het wachten is niet op een buitenlandse macht.

Het wachten is op het Iraanse volk zelf.

Op de genadeslag.

Op het moment dat de Iraniërs zeggen:

Genoeg.

Genoeg angst.
Genoeg bloed vergieten.

Op het moment dat zij de restanten van dit regime verbrijzelen
en hun land terugnemen.

Voor Iran.
Voor de Iraniërs.
Voor hun toekomst.

En vergis u niet —

die toekomst wordt niet gegeven.
Die wordt genomen.

Vrijheid wordt nooit cadeau gedaan.
Vrijheid wordt bevochten.

Die dag is niet ver.

Niet omdat wij dat hopen,
maar omdat alles erop wijst.

Omdat systemen die zo verrot zijn
niet blijven bestaan.

Omdat onderdrukking grenzen kent.
Omdat angst slijt.
Omdat waarheid, hoe lang onderdrukt ook,
altijd terugkomt.

Die dag zal komen.

En wanneer die dag komt,
zal de wereld zich moeten verantwoorden.

Waarom zij zo lang heeft gewacht.
Waarom zij zo lang heeft getwijfeld.
Waarom zij zo vaak heeft weggekeken.

Maar die dag komt ook door druk van buitenaf.

Door mensen zoals jullie die zich uitspreken.
Door samenlevingen die weigeren moreel relativisme te accepteren.
Door landen die kiezen voor principes
in plaats van belangen,
voor waarheid in plaats van gemak.

Dankzij jullie — Iraniërs —
die ondanks alles blijven hopen, blijven strijden, blijven leven.

Jullie zijn de genadeslag.

En ook jullie — Nederlanders —
die naast ons staan,
die met ons meeleven,
die niet wegkijken.

Vrienden van ons.

Voor altijd.

Want dit is geen strijd van één volk.

Dit is de strijd tussen onderdrukking en vrijheid.
Tussen leugen en waarheid.
Tussen angst en moed.

Neutraliteit bestaat hier niet.

En die strijd —

die móét gewonnen worden.
En die zál gewonnen worden.

Ik dank jullie wel.

Volgende
Volgende

Iran op een keerpunt? Afshin Ellian legt uit