EW: Reza Pahlavi: waarom Nederland veel meer te winnen heeft bij een vrij Iran
Bron: EW
De strijd van het Iraanse volk tegen de islamitische dictatuur verdient solidariteit, juist van het land van Willem van Oranje. Dat schrijft oppositieleider Reza Pahlavi.
‘En [moge] de tirannie verdrijven, die mij het hart doorboort.’ Al eeuwenlang drukken deze woorden uit het Wilhelmus, het volkslied van Nederland, meer uit dan alleen patriottisme. Ze belichamen de overtuiging van een natie dat vrijheid moed vereist, dat tirannie moet worden weerstaan en dat solidariteit met degenen die tegen onderdrukking strijden een morele plicht is.
Willem van Oranje (1533-1584) vocht niet slechts voor een andere regeringsvorm. Hij vocht voor het recht van een volk om zijn eigen toekomst te bepalen: om te leven in vrijheid, tolerantie en waardigheid.
Reza Pahlavi (65) is de leider van de democratische oppositie in Iran. Hij is de zoon van Mohammed Reza Pahlavi, de laatste sjah van Iran. Sinds zijn zeventiende woont hij in de Verenigde Staten.
Vandaag de dag is het Iraanse volk verwikkeld in diezelfde strijd.
Te lang is Iran in Europa voornamelijk bezien door de lens van nucleaire onderhandelingen, regionale conflicten en energiezekerheid. Maar Iran is niet simpelweg een probleem van het Midden-Oosten: het is ook een Europees probleem. Wat er in mijn land gebeurt, raakt de veiligheid van Europa en van Nederland ten diepste.
Advertisement
Een seculier, democratisch Iran zou een van Europa’s grootste veiligheidsrisico’s veranderen in een van zijn waardevolste strategische partners. Het zou een einde maken aan de financiering van terrorisme en de militaire steun voor Ruslands oorlog tegen Oekraïne, helpen bij het stabiliseren van een van de meest instabiele regio’s ter wereld en de deur openen naar nog onbenutte economische kansen voor Europa en een natie van 90 miljoen innovatieve mensen.
Het alternatief is net zo duidelijk. Zolang de Islamitische Republiek aan de macht blijft, zullen Nederlandse burgers over hun schouder blijven kijken, zich afvragend wanneer de volgende terreuraanslag of raketaanval komt, geconfronteerd met een radicaal regime dat vasthoudt aan een nucleair machtsspel zonder einde.
Het steunen van het Iraanse volk is geen daad van liefdadigheid. Het is een investering in de Nederlandse veiligheid, de Europese stabiliteit en een Midden-Oosten dat handelswaar exporteert in plaats van terrorisme.
Er is in Iran iets onomkeerbaars veranderd.
De strijd in mijn land gaat niet langer tussen hervormers en hardliners. Het is een strijd tussen een natie die vastberaden is haar toekomst terug te eisen en een regime dat haar al bijna een halve eeuw gevangen houdt. Miljoenen Iraniërs hebben de Islamitische Republiek geheel verworpen. Zij proberen het regime niet te hervormen; zij zijn vastbesloten om er een einde aan te maken.
Na de oproep van tientallen miljoenen van mijn landgenoten ben ik naar voren gestapt om de overgang van Iran naar een democratie te leiden. Mijn missie is niet om de toekomst van Iran te bepalen, maar om het Iraanse volk te helpen deze zelf te kiezen.
In januari riep ik mijn landgenoten op om vreedzaam tegen het regime te demonstreren. Miljoenen gaven overal in de provincies van Iran gehoor aan die oproep. Op 8 en 9 januari reageerde het regime met militaire wapens tegen ongewapende burgers. Meer dan 40.000 mensen werden afgeslacht.
Deze wreedheden zijn niet de daden van een legitieme regering, maar van een bezettingsmacht. De strijd in mijn land gaat vandaag de dag daadwerkelijk tussen bezetting en bevrijding.
Elk autoritair regime is uiteindelijk afhankelijk van angst. Maar wanneer legitimiteit sterft, begint de macht af te brokkelen. Dat is waar Iran vandaag de dag staat. Het regime weet dit, en daarom regeert het in toenemende mate met geweld in plaats van instemming.
Een van de vragen die ik in Europa hoor, is: ‘Wordt Iran een tweede Irak of Libië?’ Nee. We zullen de fouten die op die conflicten volgden, niet herhalen. Er zal geen ontbinding van instituties zijn, geen machtsvacuüm en geen chaos.
We zijn er klaar voor. Gedurende vele maanden heeft mijn team van experts, dat zowel binnen als buiten Iran werkt, een veelomvattend transitieplan ontwikkeld, genaamd het Iran Prosperity Project (IPP).
Deze gedetailleerde routekaart voor nationaal herstel, grondwettelijke hervorming, economische wederopbouw en overgangsgerechtigheid wordt gesteund door vele gerespecteerde leiders, onder wie Nobelprijswinnares voor de Vrede Shirin Ebadi.
Onze diverse coalitie, van republikeinen en monarchisten, seculiere en religieuze democraten en van mensen met allerlei etnische en politieke achtergronden, is verenigd door vier principes: de territoriale integriteit van Iran, individuele vrijheden en gelijkheid van alle burgers, scheiding van religie en staat, en het recht van het Iraanse volk op een democratische regeringsvorm.
Of Iran uiteindelijk een constitutionele monarchie wordt, zoals Nederland, of een republiek, zal het Iraanse volk besluiten via vrije en eerlijke verkiezingen en een nationaal referendum na de val van de dictatuur.
De geschiedenis biedt waardevolle lessen voor naties die zich ontworstelen aan tirannie.
Tijdens de donkerste jaren van de nazi-bezetting troffen koningin Wilhelmina en haar regering in ballingschap al voorbereidingen voor het herstel van de rechtsstaat na de bevrijding. Zelfs voordat Nederland vrij was, legden zij al de juridische fundamenten om collaborateurs en oorlogsmisdadigers ter verantwoording te roepen.
Dat voorbeeld inspireert ons vandaag de dag.
De door mij opgerichte Commissie voor Overgangsgerechtigheid (Transitional Justice Committee), waartoe vooraanstaande wetenschappers zoals professor Afshin Ellian behoren, bestudeert de Nederlandse ervaring naast die van andere succesvolle democratische transities. Gerechtigheid, verantwoordingsplicht en nationale verzoening moeten vóór de overwinning worden gepland, niet erna.
Nederland begrijpt beter dan de meeste andere naties dat vrijheid nooit alleen wordt bevochten.
Eeuwen geleden deden Nederlandse patriotten een beroep op andere volken voor steun in hun strijd tegen de Spaanse tirannie. Meer recent stond Nederland zij aan zij met degenen die zich verzetten tegen de apartheid en met de democratische bewegingen die Centraal- en Oost-Europa bevrijdden.
Vandaag de dag vraagt het Iraanse volk om diezelfde solidariteit.
Legitimeer onze onderdrukkers niet, steun de toegang van het Iraanse volk tot informatie en communicatie, en bereid je voor op de dag dat Iran zich weer bij de gemeenschap van vrije naties voegt.
Nederland heeft al leiderschap getoond. Het heeft Europa aangespoord tot strengere maatregelen tegen de Islamitische Revolutionaire Garde en het heeft de realiteit van Iraanse transnationale repressie onder ogen gezien na aanslagen op Nederlands grondgebied. Dat leiderschap moet worden voortgezet. Het ontbreekt Europa nog steeds aan een samenhangende strategie die het Iraanse volk, in plaats van de Islamitische Republiek, centraal stelt in zijn Iran-beleid.
De geschiedenis kondigt zelden de momenten aan waarop zij van koers verandert. Maar ik geloof dat we nu zo’n moment doormaken.
Wanneer toekomstige generaties Iraniërs eindelijk, zoals de Nederlanders al eeuwenlang, zingen dat zij ‘vrij en onverveerd’ zijn, zal de keuze voor Nederland duidelijk zijn. De vraag is niet óf er moet worden ingegrepen in de toekomst van Iran. De vraag is of men moet blijven investeren in een regime dat onveiligheid exporteert, óf in een volk dat vastbesloten is om een vreedzame, democratische staat op te bouwen. Het Iraanse volk zal zijn eigen lot bepalen. De keuze is aan Nederland of het een omstander of een partner in onze vrijheid wil zijn.